submenu

Gemeentemonitor - 16/11/2021

Wat vinden de inwoners van hun leven en hun gemeente?

De inwoners van de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand zijn gelukkig, voelen zich gezond en hebben eerder de neiging om te voet te gaan dan de fiets te nemen. Toch zijn er veel onderlinge verschillen, waarbij de inwoners van Drogenbos vaak het buitenbeentje blijken te zijn.

De inwoners van Drogenbos, Linkebeek, Kraainem, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem hebben met elkaar gemeen dat ze in een faciliteitengemeente in de Vlaamse Rand wonen. En er zijn nog best wat andere gelijkenissen te trekken, zo blijkt uit de burgerbevraging voor de gemeente-stadsmonitor van het Agentschap Binnenlands Bestuur. Zo woont een ruime meerderheid van de inwoners van ‘de zes’ graag in haar gemeente en woning, al is dat niet anders dan in de rest van Vlaanderen. Tachtig procent of meer geeft aan gelukkig te zijn, met daarnaast een iets kleinere groep van mensen die zich gezond voelt. Het aandeel inwoners met een chronische aandoening ligt overal lager dan het Vlaamse gemiddelde van 11,5 %. Drogenbos staat het hoogst in het lijstje van de faciliteitengemeenten.

Armoede ondanks hoge lonen

Natuurlijk zijn er ook verschillen tussen de zes gemeenten en hun inwoners. Zo gaapt er een stevige inkomenskloof. Een inwoner van Drogenbos beschikt gemiddeld over een belastbaar inkomen van net geen 17.000 euro per jaar, ver onder het Vlaamse gemiddelde (ruim 20.000 euro). De vijf andere gemeenten komen boven dat gemiddelde uit, met Sint-Genesius-Rode (ruim 25.500 euro) als uitschieter. Dat inkomensverschil komt tot uiting in hoe mensen hun financiële toestand ervaren. Een kwart van de Drogenbossenaren geeft aan dat het moeilijk is om iedere maand rond te komen. Op Linkebeek na (23 %) schommelt dat percentage elders rond het Vlaamse gemiddelde van 13 %. De hogere lonen in de vijf andere faciliteitengemeenten betekenen dus zeker niet dat er geen armoede bestaat. Het aandeel inwoners dat officieel betalingsachterstand heeft bij het aflossen van een hypothecair krediet, is overal beperkt. Drogenbos (3,4 %), Wemmel (3 %) en Linkebeek (2,4 %) komen hoger uit dan het Vlaamse gemiddelde. Het percentage inwoners dat leeft van een sociale uitkering is enkel in Drogenbos (3,1 %) hoger dan het Vlaamse gemiddelde.

Gelukkig draait niet alles in het leven om geld. Ontspanning en cultuur opsnuiven is ook belangrijk, maar op dat gebied blijven de inwoners van de faciliteitengemeenten wat op hun honger zitten. De tevredenheid over de culturele voorzieningen en de uitgaansgelegenheden ligt overal (fors) lager dan bij de doorsnee-Vlaming. Dat is ook zo voor de tevredenheid over de bibliotheek en de sportvoorzieningen, behalve dan in Sint-Genesius-Rode.

Niet overal voldoende groen

Vergeleken met een doorsnee Vlaamse gemeente zijn de faciliteitengemeenten, net zoals de hele Vlaamse Rand, meer verstedelijkt. Al zijn er onderling wel verschillen. Drogenbos staat bovenaan met een bebouwingsgraad van 86 %, ofwel drie keer meer dan het Vlaamse gemiddelde. Kraainem is met 2.373 inwoners per vierkante kilometer dan weer het dichtst bevolkt. Sint-Genesius-Rode is het minst volgebouwd (44,7 %) en heeft de laagste bevolkingsdichtheid (819 inwoners/km²), en gaat hierin twee keer Linkebeek vooraf. Al deze statistieken hebben zo hun invloed op het ruimtegevoel van de mensen. Zo vinden vier op vijf Rodenaren en Linkebekenaren dat er voldoende rustplekken in de gemeente zijn, terwijl dat percentage elders toch lager is. Ook de tevredenheid over groen en natuurvoorzieningen is bij de inwoners van Linkebeek en Sint-Genesius-Rode hoger.

De bekommernis om het klimaat en het milieu is niet overal even groot. Zo geeft slechts een kwart van de Drogenbossenaren aan milieubewust te handelen, terwijl dat in de andere gemeenten wat hoger ligt, met een piek van 58 % in Linkebeek, ofwel dubbel zo hoog als het Vlaamse gemiddelde. Toch zijn het de Kraainemnaars die per jaar het minst aantal kilogram restafval (108,6 kilogram per inwoner) buiten zetten, van kortbij gevolgd door de inwoners van Wezembeek-Oppem (110,1 kg). Wemmel duikt met 141,5 kilogram nog net onder het Vlaamse gemiddelde, terwijl Drogenbos (147,3 kg), Sint-Genesius-Rode (151,4 kg) en Linkebeek (165,4 kg) erboven zitten.

Eerder te voet dan met de fiets

Duurzame mobiliteit zet zich in de faciliteitengemeenten, net als in heel Vlaanderen, nog niet op alle vlakken door. Het aandeel elektrische of hybride voertuigen is beperkt, al steken Kraainem, Wemmel en Wezembeek-Oppem wel een procentpunt boven het Vlaamse gemiddelde van 3,5 % uit. Drogenbos sluit de rij met 2,5 %. Vermoedelijk speelt het voorlopig nog prijzige kostenplaatje van dit type voertuig een rol. Toch tonen de inwoners van de faciliteitengemeenten meer dan hun goede intenties. Dat blijkt onder meer uit het bezit van een abonnement van het openbaar vervoer, dat overal (bijna) dubbel zo hoog ligt als het Vlaamse gemiddelde (29 %). Voor verplaatsingen in de vrije tijd gaan de inwoners eerder te voet dan dat ze achter het stuur kruipen. Het gebruik van de fiets is dan weer veel minder ingeburgerd. Voor korte afstanden zijn de inwoners van de faciliteitengemeenten veel meer geneigd om te stappen dan om te trappen.

Wat grotere verschillen tekenen zich op als het gaat over de duurzaamheid van de woningen in de faciliteitengemeenten. In Linkebeek, Kraainem, Wemmel en Wezembeek-Oppem woont, net zoals in Vlaanderen, ruim drie kwart van de inwoners in een energiezuinige woning, maar in Sint-Genesius-Rode (66 %) en vooral in Drogenbos (58 %) is dat veel minder het geval. Op Drogenbos na heeft één inwoner op de vijf de intentie om binnen de vijf jaar aan het verbouwen of renoveren te gaan.

 

Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Filip Claessens
Uit: uitgekamd november 2021