submenu

Katrien Stevens op de Faeröereilanden - 14/10/2021

‘Ik wil mezelf altijd uitdagen’

In deze rubriek brengen we een bezoek aan voormalige inwoners van Wezembeek-Oppem die andere horizonten hebben opgezocht en een nieuwe thuis vonden in het buitenland. Dit keer brengt het ons bij Katrien Stevens. Na enkele jaren in Zweden woont ze nu op de Faeröereilanden, die deel uitmaken van Denem

De 29-jarige Katrien Stevens groeide op in Wezembeek-Oppem, maar verhuisde al op haar 21e naar het buitenland. Ze woont al een tijdje op de Faeröereilanden, een eilandengroep in de Atlantische Oceaan die deel uitmaakt van Denemarken. Momenteel werkt ze als tuinier bij de groendienst. Daarnaast werkt ze halftijds in een bar in de hoofdstad en werkt ze aan haar tweede bachelor in literatuurwetenschappen.

Hamster in een rad

Katrien vertrok al op jonge leeftijd naar het buitenland. ‘Ik wilde weg uit België omdat het leven hier voor mij te druk was’, vertelt ze. ‘Ik was altijd gestresseerd en voelde mij als een hamster in een rad. Ik ben iemand die nood heeft aan ruimte en vrijheid.’ Die vrijheid vond Katrien in Zweden. ‘Het was een makkelijke stap om naar Zweden te verhuizen omdat ik al Duits en Zweeds gestudeerd had. Op mijn zestiende ben ik er ook eens gaan kajakken. Ik ontdekte toen hoe mooi het daar was met al die meren. Ik merkte meteen dat die plek iets voor mij was.’ Katrien woonde zeven jaar in Zweden en ondertussen is ze ook een Zweedse staatsburger.

Tijdens haar studie bedrijfsmanagement en na haar stage bij het toerismebureau op de Faeröer bleef Katrien plakken op de eilandengroep. ‘Ik had er eigenlijk nog nooit van gehoord. Omdat ik mijn stage toch graag in het buitenland wou doen, dacht ik: ‘Waarom niet op de Faeröer eilanden?’ Door corona had ik nadien niet echt veel zin meer om nog terug te keren naar Zweden. Op de eilanden is corona onder controle en gaat het leven zijn gewone gang. Daarnaast bestaat de job die ik in Zweden had nu niet meer. Ik hou van de vrijheid die ik hier heb en daarom heb ik besloten om op de Faeröer te blijven. Ik woon hier ondertussen ongeveer een jaar.’

De Faeröer bestaan uit 18 kleine eilandjes. Sommige zijn alleen maar bereikbaar met een helikopter of bootje. ‘Eigenlijk merk je bijna niet dat je op een eiland zit’, vertelt Katrien. ‘Het grootste eiland is net zoals het vasteland, je hebt er alles wat je nodig hebt. In Brussel is alles dichtbij. Hier moet ik af en toe wat verder rijden, maar er staan wel bergen net naast de deur. Dat heb je niet in veel landen, die ongerepte natuur. Ik kan ook gaan kajakken op de Atlantische Oceaan wanneer ik wil. In Zweden moet je soms ook veel verder rijden, daar ligt alles nog meer afgelegen.’

Andere mentaliteit Katrien is ondertussen al acht jaar weg uit Wezembeek-Oppem, maar toch mist ze de gemeente niet. ‘Het is misschien raar om te zeggen, want ik heb er toch 21 jaar gewoond, maar ik mis eigenlijk niets uit Wezembeek-Oppem. Iets wat ik wel écht mis, is het Belgische eten’, lacht ze. ‘Als ik soms terugkeer naar België, ben ik na een week al gestrest. In Wezembeek-Oppem merk ik meteen het geluid van de autosnelweg en de luchthaven. In Zweden had ik een huisje op het platteland met uitzicht op het meer waar ik ben gaan kajakken op mijn zestiende. De stilte die je daar hebt, is nog moeilijk te vinden in België.’ Het grootste verschil tussen België en Zweden zit volgens Katrien in de mentaliteit. ‘Alles is een beetje meer gelaten in de Scandinavische mentaliteit. Als de zon schijnt, laat je alles vallen om ervan te genieten. Op de Faeröer verandert het weer zo vaak dat mensen leven naar de seizoenen. In de winter zit iedereen thuis, maar in de zomer leven we de hele dag buiten.’ De moeilijkste aanpassingen waren voor Katrien de taal en het licht. ‘Het Zweeds ging vrij vlot, maar het Faeröers gaat nog moeilijk. Ik versta het wel zonder problemen. Mijn collega’s praten dus Faeröers, maar ik kan gewoon Zweeds praten, dat verstaan ze hier ook.’

Daarnaast was het daglicht geen makkelijke aanpassing. In de lente is het maar drie uur donker. Je gaat slapen bij klaarlichte dag en je staat ermee op, en omgekeerd. In de winter blijft het hier bijna de hele dag donker. Dat was wel wennen.’

Snel op de koffie

‘Ik ben al een aantal keren naar huis gegaan. Vorig jaar nog ben ik met de auto naar België gereden, vlak voor de coronacrisis uitbrak. Het is sinds februari 2020 geleden dat ik nog thuis ben geweest.’ Momenteel denkt ze nog lang niet aan terugkeren. ‘Ik was het zo beu in België dat een terugkeer er waarschijnlijk pas inzit als ik gepensioneerd ben. Dan zie ik het nog wel zitten. (lacht) Het wonen, werken en kinderen krijgen is in Zweden allemaal gemakkelijker. Je krijgt bijvoorbeeld meer betaald verlof. Zodra je aan die standaard gewend bent, is het moeilijk om nog terug te keren.’

Familie en vrienden achterlaten was niet gemakkelijk. ‘Ik heb geleerd wie mijn echte vrienden zijn, want hen zie ik nog altijd. Dat hoeft niet per se in België of Zweden te zijn, we zien elkaar vaak in een ander land. Terwijl we vanop een andere luchthaven vertrekken, kunnen we toch samen op vakantie.’ De grootouders missen vindt Katrien het moeilijkst. ‘Zij kunnen zelf niet meer reizen en even snel op de koffie gaan gaat niet.’

Het vertrek van Katrien uit Wezembeek-Oppem was meer een ingeving van het moment dan een plan met voorbedachten rade. ‘Als ik iets beslis, wil ik daar 100 % voor gaan. Ik wou niet voor drie maanden naar het buitenland, bij mij is het alles of niets. Ik vind het belangrijk om mezelf steeds uit te dagen. Nieuwe mensen leren kennen, dingen ontdekken, talen leren. Ik raad iedereen aan om naar het buitenland te trekken, liever nu dan nooit!’

 

Tekst: Kato Van der Jeugt
Foto: © ingezonden door Katrien
Uit: uitgekamd oktober 2021