submenu

Eén ticket voor de hele rit  - 03/03/2021

Wie zich tot voor kort door Brussel en de Vlaamse Rand verplaatste met het openbaar vervoer moest vaak verschillende tickets op zak hebben, afhankelijk van de maatschappij die het vervoer verzorgde. Sinds 1 februari is dat verleden tijd.  

Met de Brupass XL kan je op alle bussen, treinen, trams en metro’s in Brussel en omgeving. Een aantal gemeenten protesteren intussen wel tegen het schrappen van bussen door De Lijn. 

Al decennialang zijn gebruikers van het openbaar vervoer en reizigersverenigingen vragende partij; nu is het er eindelijk: het eengemaakte vervoerbewijs waarmee je door heel Brussel en de Vlaamse Rand kunt rijden. Zo’n systeem bestond al lang in Brussel, maar eenmaal buiten het Gewest werkten de vier verschillende maatschappijen (De Lijn, MIVB, TEC en NMBS) grotendeels naast elkaar. Met de introductie van de Brupass XL op 1 februari 2021 is daar nu verandering in gekomen. Een belangrijke stap om verplaatsingen van en naar de hoofdstad te vergemakkelijken. 

Hoe werkt het?  

Concreet koop je een kaartje voor één rit (3 euro) of tien ritten (20 euro), of een abonnement voor één maand (74 euro) of twaalf maanden (775 euro). Daarmee kun je binnen de afgebakende zone naar believen reizen met de trein of met de voertuigen van De Lijn, de Brusselse MIVB en de Waalse TEC. Enkel om van en naar de luchthaven van Zaventem te gaan, betaal je nog een speciaal tarief. Abonnementen en tickets kun je kopen bij de vier vervoersmaatschappijen, al kun je bij De Lijn voorlopig wel enkel terecht voor een abonnement (online of in de Lijnwinkel). Je kunt de tickets en abonnementen opladen op een MOBIB-kaart, en je valideert ze voor het instappen en bij elke overstap aan de valideertoestellen van MIVB, TEC of De Lijn, of via de verkoopautomaten van de NMBS. Vanaf het tweede kwartaal van 2022 zouden ook alle ticket- en abonnementsformules digitaal beschikbaar moeten zijn. 

Wie enkel binnen Brussel reist, kan gebruikmaken van de iets goedkopere Brupass. Heb je zowel een Brupass als een Brupass XL, dan wordt aangeraden om beide niet te combineren op één en dezelfde MOBIB-kaart, zodat je steeds kunt genieten van het voordeligste tarief. Wie nog een ander abonnement heeft, hoeft zich geen zorgen te maken, want naast de Brupass en de Brupass XL blijven de bestaande combi-abonnementen van de NMBS met elk van de drie regionale operatoren apart gewoon bestaan. 

Kaas met gaten  

De wat grillige vorm van de zone gaf hier en daar al aanleiding tot speculatie over ‘vreemde hiaten’ (Halle, toch een belangrijk vervoersknooppunt, valt er bijvoorbeeld buiten of Humbeek en een deel van Overijse). Reizigers moeten dus goed opletten tot waar hun ticket precies geldig is. Zo behoort Asse niet tot de zone, maar deelgemeente Kobbegem wel, en hetzelfde geldt voor Merchtem en deelgemeente Brussegem. ‘Het geldigheidsgebied van de Brupass XL is zeer concentrisch, ongeveer 11,5 km rond de Grote Markt in Brussel’, zegt De Lijn-woordvoerster Karen Van der Sype daarover. ‘Die zone valt samen met de bestaande zonering. Je kan dus niet echt spreken van hiaten.’ 

De harmonisering van de routeplanners, lijnen en uurroosters, een ander pijnpunt dat vaak wordt aangehaald, zit blijkbaar niet meteen in de pijplijn. Van der Sype: ‘Vandaag is de routeplanner van De Lijn al multi-operabel. De afstemming van de dienstregelingen tussen de operatoren is een continu proces. Soms moeten er echter keuzes gemaakt worden. Je kan niet met één lijn op drie verschillende plaatsen perfect aansluiting geven.’ 

Faciliteitengemeenten  

De Brupass XL is duidelijk een verbetering voor het openbaar vervoer in de Vlaamse Rand. Moeizamer verloopt het opstellen van het openbaarvervoersplan 2022 in de vervoerregio. Alle vijftien Vlaamse vervoerregio’s moesten zo’n plan indienen. Veertien ervan hebben dat intussen gedaan, alleen in de Vlaamse Rand is er nog onenigheid. Het probleem? In 2019 schafte de Vlaamse overheid het concept van de basismobiliteit af, dat kort samengevat zowat elke burger het recht gaf op kwalitatief openbaar vervoer in de buurt. In de plaats daarvan kwam het idee van de basisbereikbaarheid, dat in meer vervoer voorziet op plekken waar het echt nodig is: op de grote, drukke lijnen in de dichtbevolkte gebieden. De verliezers zijn de meer landelijke gemeenten, die bussen zien verdwijnen. Een aantal gemeenten uit het Pajottenland tekenden hiertegen protest aan (de vervoerregio Vlaamse Rand is een stuk groter dan de negentien gemeenten rond Brussel, red.), en de faciliteitengemeenten Linkebeek, Drogenbos en Sint-Genesius-Rode sloten zich daarbij aan.  

Stijn Quaghebeur (N-VA), schepen in Dilbeek en voorzitter van de vervoerregio Vlaamse Rand verdedigt het plan. ‘In het oude systeem reden veel bussen in landelijke gemeenten leeg rond. Nu willen we de middelen concentreren waar de vraag het grootst is. Op zich een logisch principe. De gemeenten Drogenbos, Linkebeek en Rode hebben vooral tegen gestemd uit solidariteit. Zij zijn echter minder tot niet getroffen. Een gemeente als Drogenbos bijvoorbeeld heeft zeer goed openbaar vervoer. Je kan de faciliteitengemeenten ook bezwaarlijk dunbevolkt noemen.’ Ook voor de andere faciliteitengemeenten verandert er weinig. Quaghebeur: ‘Er worden voornamelijk lijnen gebundeld. Doorgaans zijn de negentien randgemeenten beter af. Het tram- en treinnetwerk zijn de ruggengraat van het openbaar vervoer. Het busnet moet hier complementair aan worden. Vroeger was er zelfs wat concurrentie tussen beide systemen. Daarom zijn in het nieuwe plan parallelle lijnen geschrapt. 

 

 

Tekst: Jan Haeverans 
Foto: © Filip Claessens 
Uit: uitgekamd maart 2021