submenu

Andre Deschepper en zijn fiets   - 03/03/2021

‘Ik reed zo’n 1.000 km per week’  

Andre Deschepper hing zijn fiets meer dan twintig jaar aan de haak, maar de liefde voor de fiets overwon.

Ooit lonkten de Olympische Spelen, maar aan die droom kwam abrupt een einde door een zware val. Op zijn 89e fietst hij nog dagelijks 40 km, al is dat intussen in zijn garage, op de rollen.  

Vanaf zijn 16e koerste Andre Deschepper in het liefhebberspeloton van de Belgische Wielerbond. Dankzij zijn goed trapgevoel en krachtige beenspieren won hij een honderdtal wedstrijden en werd hij geselecteerd voor de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki. Helaas maakte een zware val, waarbij hij zijn lever scheurde, een abrupt einde aan de mooie droom. Twintig jaar lang stopte hij met fietsen. In die tussentijd zat hij echter niet stil en hij ging bij de verkeersbrigade in Brussel aan de slag.  

Gezinsgeluk  

In 1956 trad Andre in het huwelijk met Marcella Van der Borght. Dit jaar in mei vieren ze hun briljanten jubileum. Het geheim van 65 jaar samen zijn? Respect en zorgzaam zijn voor elkaar. Zo zit Marcella momenteel met haar arm in het gips, omdat ze het ijs van het terras wou schrobben. Ze wou dit zelf doen, omdat Andre makkelijk valt. Jammer genoeg gleed ze daarbij zelf uit. Dat soort van zorgzaamheid dus. Hun twee zonen, Eric en Egide, zijn hun trots, samen met hun schoonkinderen, vijf kleinkinderen en bijna vier achterkleinkinderen. 

Afzien  

‘Toen de kinderen groter werden, ben ik terug beginnen te fietsen. Op 42-jarige leeftijd sloot ik me aan bij verschillende wielrennersclubs; onder meer de fietsclub van de verkeersbrigade en die van Wezembeek-Oppem. De eerste lange tocht ging naar Frankrijk, nabij Brest: 200 km per dag tegen 30 km per uur. Overmoedig dacht ik: Dat lukt me wel zonder training. Maar wat heb ik op de heenweg afgezien! Pas op de terugweg was ik bijgebeend. De tocht duurde twee weken, waarin ik maar liefst 15 kg verloor. Toen Marcella me kwam ophalen, herkende ze me niet. Maar de trend was gezet. Voortaan reed ik zo’n 1.000 km per week. Met de club fietsten we meermaals de ronde van België.’ 

40 breuken  

Andre ziet er voor zijn leeftijd onwaarschijnlijk fit en gezond uit. Komt dat door het fietsen? ‘Dat kan. Het fietsen heeft mijn longcapaciteit vergroot en heeft me vast en zeker behoed voor nare ziektes. Langs de andere kant ben ik wel vaak gevallen met de fiets, gelukkig zonder anderen in het peloton erbij te betrekken. De zwaarste val was goed voor 11 breuken, een hersenbloeding en hersenschudding. In totaal liep ik zo’n 40 breuken op, maar ik herstel snel en heb er nadien geen last meer van. Behalve dan van de pin in mijn dijbeen. Daardoor kan ik mijn been niet hoog heffen.’ 

Op rollen  

‘Ondanks al die valpartijen was Andre nooit te stoppen’, bevestigt Marcella. ‘Vooruit kijken, de kwade dingen achter zich laten, daar is hij veel beter in dan ikzelf. Nu hij oogproblemen heeft, mag hij niet meer op de baan fietsen. Dus monteerde hij zijn fiets in de garage op rollen. Elke dag fietst hij nog zo’n 40 km. En verder zijn er natuurlijk de wandelingen met onze hond Prins.’ 

Voor Prins, de vijfjarige Cavalier King Charles-spaniël, is het allemaal goed. Hij snurkt luid doorheen het hele gesprek.  

 

 

Tekst: Karla Stoefs 
Foto: © Tine De Wilde 
Uit: uitgekamd maart 2021