submenu

Schat op zolder - 01/12/2020

Patrick Denayer

Het verhaal van een theepot, een koffiekan, een melkkan en een suikerpot.

In 2019 verhuisde Jeannot Dierickx (geboren in 1936) vanuit haar huis in de Marmotwijk naar het OLV-verzorgingscentrum. Samen met zijn neef, Michel Lombaert, ontruimde Patrick Denayer haar woonst. En zoals dat gaat in romantische films, ontdekten ze op haar zolder een doos met daarin een zilverschat.

Het ging o.a. om een servies van het einde van de 19e eeuw: een theepot, een koffiekan, een melkkan en een suikerpot.

‘Victoriaanse stijl, niet fraai glanzend, wel pikzwart geoxideerd’, vertelt Patrick Denayer. ‘Na wat navraag bij mijn moeder Rosalie, tante Jeannots tweelingzus, kwam ik te weten dat het servies oorspronkelijk op het dressoir van een barones stond. ‘Zeg maar gewoon madame’, want ze liet zich nooit met de titel van barones aanspreken. Een heel vriendelijke vrouw, maar ook bijzonder gierig. Ze was weduwe en behoorde tot de verarmde adel. Toch woonde ze in een groot huis met de nodige pracht en praal, vandaar dat ze huispersoneel in dienst had.’

‘Mijn oma, Phillippine Van Cottem, in 1902 geboren in Essenbeek (Halle), ging als jong meisje in dienst bij madame. Toen mijn oma in 1921 trouwde met Henri Dierickx, die in Wezembeek- Oppem woonde, kreeg zij tot haar verbazing het zilveren servies als huwelijksgeschenk. Madame dacht misschien: zo moet ik geen cadeau kopen en moet dat zilverwerk niet langer gepoetst worden. Want zo’n zilverwerk moet je om de paar weken opboenen. Zeker is dat ze heel tevreden was over mijn oma, want gezien de gierigheid van madame was het toch een duur cadeau. Later gingen zowel mijn moeder als mijn tante ook bij madame werken als kamermeisje.’

‘Bij het overlijden van mijn oma in 1976 is het servies naar tante Jeannot gegaan. En waarschijnlijk deponeerde mijn tante het na ettelijke poetsbeurten op haar zolder. Je kunt aan het servies zien dat het nooit gebruikt is. De coating aan de binnenkant van de kannen is nog intact. Zo’n servies had eigenlijk vooral een decoratieve functie, het stond er voor de sier.’

‘Op de onderkant van de kannen staat de stempel van de maker: Shaw & Fisher Sheffield. De Engelse stad Sheffield in Noord-Engeland is o.a. beroemd voor haar zilversmederij. De Sheffield Plate, ontwikkeld in de 18e eeuw, is een procedé waarbij een dunne plaat zilver aan weerszijden van een koperplaat gewalst wordt, zodat het eindresultaat ‘zilver’ oogt, maar veel goedkoper is dan massief zilver. De waarde van de hele set bedraagt een paar honderd euro, dus al bij al is het niet zo’n gigantische schat. Het is eerder een curiosum waarin een stukje familiegeschiedenis verweven zit. Vandaar dat Anne Lombaert, de dochter van tante Jeannot, het graag als aandenken bewaart. Normaal zou ze de schat al zijn komen ophalen, maar ze woont in Zwitserland waar ze als hoofdverpleegster in een ziekenhuis in Lausanne werkt. Gezien de huidige reisrestricties is dat er dus nog niet van gekomen. Maar het staat voor haar klaar, samen met een grote pot zilverpoets.’

Tekst: Karla Stoefs
Foto: © Tine De Wilde
Uit: uitgekamd december 2020