submenu

Nacèra Bouaich kokkin bij de paters passionisten - 06/05/2020

‘Het klooster was mijn tweede thuis’

De laatste paters passionisten van Wezembeek-Oppem zijn nu definitief naar Kortrijk vertrokken. Nacèra Bouaich, hun voormalige kokkin, bleef achter. Ze vertelt ons over de voorbije tien jaar, die ze samen met de paters beleefde.

Allah of Jezus

‘Op basis van mijn opleiding als chef-kok ben ik in 2007 bij de paters passionisten gestart als kokkin. De eerste vraag die ik stelde bij mijn aanwerving was of die Vlaamse paters mijn mediterrane keuken, gezien mijn Algerijns-Marokkaanse afkomst, wel zouden appreciëren?  De overste, Jozef Paulinus, stelde me gerust: ‘De meeste paters zijn gewezen Afrikaanse missionarissen, zij zullen je keuken zeker appreciëren.’ De eerste twee jaar verving ik zo nu en dan hun vorige kokkin die met gezondheidsproblemen kampte. ‘Werk jij in een mannenklooster?’, reageerden buitenstaanders versteld. Inderdaad, de verschillen konden niet groter zijn: er was een generatieverschil, ik kwam uit een andere cultuur, ik ben moslim en vrouw. Dat ik in het klooster van de passionisten mocht werken, getuigt van een ongelooflijke openheid van hun kant. De tweede vraag, van diezelfde buitenstaanders, was steevast: ‘Ben je niet bang dat ze zullen proberen om je te bekeren?’ Ik kan met een gerust hart zeggen dat ik gebleven ben wie ik was. In het klooster kreeg ik een eigen plek met gebedskleed om te bidden. Tijdens de ramadan kon ik me er  ongestoord afzonderen.’

‘Tegen wie zich moeilijk een voorstelling van mijn werk in een mannenklooster kon maken grapte ik: ‘Je kunt het zien als het tegenovergestelde van een harem, in plaats van vrouwen verblijven er mannen.’ En bovenal zijn die mannen er niet voor iemands plezier, je moet ze met rust laten. Veel vooroordelen over het kloosterleven zijn onterecht. De rijke levenservaring van de paters was voor mij een openbaring. Hun menselijkheid heb ik altijd als groots ervaren. Met velen onder hen had ik een uitzonderlijke band. De overste, André De Clercq, bracht me vaak aan het lachen en ook wijlen priester Sylvain Quevrin kan ik niet genoeg eren. Hij was voor mij een vader in alle betekenissen van het woord. In de eerste plaats een spirituele vader. Bij onze ontmoetingen begon hij het gebed steevast met de aanspreking: ‘We richten ons woord tot God of zijn naam nu Allah of Jezus is.’ Ik heb geen woorden voor het gemis en de leegte die hij achterliet.’

Rodebessenconfituur

‘De paters waren best tevreden over hun vroegere kokkin en lieten me weten dat mijn keuken anders was. Het zat hem in kleine aanpassingen. Zo stond er in het begin alleen rodebessenconfituur op tafel, een gewoonte die aanleunde bij hun eenvoudige manier van leven. ‘Simpele kost, meer hebben we niet nodig’, zei de overste. Maar toen ik hun tuin zag, zei ik: ‘Dat gaat wel veranderen.’ De tuin, waar ik zicht op had vanuit de keuken, was een klein paradijs. De rodebessenconfituur maakte al gauw plaats voor allerhande fruitconfituren: peer met citroen, rabarber met abrikoos ... Wijlen priester Alfons Smet merkte op: ‘Je bent de eerste kok die ik in de tuin fruit en kruiden zie plukken.’ Anderen wisten me te zeggen dat mijn keuken hen aan de keuken van hun moeder deed terugdenken. Een mooier compliment kan ik niet wensen.’

In 2009 werd Nacèra voltijds aangeworven. ‘Samen met de provinciaal, Frans Damen, werd ik door de algemene overste, Joachim Rego, uitgenodigd om enkele dagen in het moederhuis van de passionisten in Rome te verblijven. Omdat zo’n uitnodiging niet min is, maakte ik me de nodige zorgen. De provinciaal begreep mijn ongerustheid: ‘Het zou voor mij net hetzelfde zijn moest ik op pelgrimstocht naar Mekka vertrekken.’ De vriendelijkheid en de openheid van de provinciaal heeft me altijd diep ontroerd. Zonder wantrouwen zorgde hij ervoor dat gevoelens de plek kregen waar ze recht op hebben. Toen hij mij op een feest in Kortrijk voorstelde aan de grotere gemeenschap van passionisten deed hij dat als volgt: ‘Nacèra komt van ver, ze heeft drie kinderen en heeft zich jarenlang politiek geëngageerd in Brussel. Voor onze gemeenschap in Wezembeek-Oppem zie ik haar als een moeder-overste.’’

Jij bent de chef

‘De eerste jaren bestond mijn werk uit het bereiden van de hoofdmaaltijd en het onderhoud van bepaalde ruimtes. Op vrijdag zette ik ook eenvoudige maaltijden klaar in de koelkast. Als er gasten waren, bakte ik taart. Priester Josef Ardans, die als boekhouder onder andere verantwoordelijk was voor de boodschappen, gaf me veel vrijheid. ‘Jij bent de chef’, zei ik in de context van werkgever, waarop hij repliceerde: ‘Maar nee, jij bent de chef’, waarmee hij naar mijn functie verwees en ook de gelijkheid tussen ons beklemtoonde. Autoritaire toestanden die ik op vorige werkplaatsen meemaakte, daarvan was in het klooster geen sprake.’

De laatste jaren nam Nacèra op eigen initiatief meer zorgtaken op. Alle paters werden immers ouder. ‘Mijn achtergrond in het maatschappelijk werk en mijn kennis van gezondheidszorg kwamen daarbij als geroepen. Ik bracht zieke paters naar het ziekenhuis, overlegde met dokters en hielp bij hun verzorging. De soep die ik voor de zieken maakte, was gericht op hun verteringsproblemen. ‘Je moet me eens het recept van jouw mirakelsoep geven’, zei de dokter lachend. Goede, uitgebalanceerde voeding is essentieel als het lichaam faalt. Nog meer dan voorheen luisterde ik aandachtig naar de noden van de paters. Want net zoals bij andere mensen zorgde het ouder worden ervoor dat hun kleine kantjes scherper werden.’

Tweede thuis

De paters lieten Nacèra toe in hun dagelijkse leven. ‘Ik werd hun vertrouweling, ik leefde met hen mee bij feesten en sterfgevallen. De wederzijdse appreciatie maakte dat ik nooit het gevoel had dat ik ging werken. Het klooster was voor mij mijn tweede thuis. Ik voelde mij er geliefd en goed omringd. Door hun vertrek naar Kortrijk ben ik meer dan mijn werk kwijt, het voelt aan alsof ik de helft van mijn familie kwijt ben. Hoe zal ik de leegte die ze achterlaten opvullen? Waar ik wel heel blij om ben, is dat op de plek van het klooster een nieuwe gemeenschap zal komen. De provinciaal Frans Damen koos resoluut voor een sociale invulling en geen winstgevende commerciële verkoop van de site. Er is een project in de maak, waarin een dertigtal families zullen samenwonen. Zo krijgt de missie van de passionisten het juiste vervolg. ‘

 

Tekst: Karla Stoefs
Foto: © Tine De Wilde
Uit: uitgekamd mei 2020