submenu

Terugblik Passiespel - 15/04/2020

Groot openlucht Passiespel in Wezembeek-Oppem

In de periode 1957-1960 heeft een Groot openlucht Passiespel het openbare leven in Wezembeek maandenlang in de ban gehouden. Oppem was net het Duitse Oberammergau in het klein.

Het initiatief om dit passiespel op te voeren kwam van pater Bonaventura, een pater passionist bekend als Frans Moris buiten de christelijke wereld. Hij ontpopte zich tot een enthousiaste onderpastoor die zich vooral bezighield met de verenigingen in de parochie en met de Vosbergschool. Pater Bonaventura (1908-1984) legde zijn geloften af in 1929. Hij was verbonden aan het passionistenklooster in Natoye, waar hij lesgaf aan de novicen. In 1955 richtte hij in Oppem de parochie Sint-Michaël en Jozef op met pater Andreas (echte naam: Albert Van Londerzeel). Hij is ook medeoprichter van de kleuterschool op de Vosberg in 1956.

Een intense belangstelling voor alles wat met de passie van Christus te maken heeft, onderscheidt de paters passionisten het meest van andere kloosterordes. Het is dus niet verwonderlijk dat pater Bonaventura een grote interesse had voor het passiespel dat om de tien jaar in het Beierse stadje Oberammergau werd opgevoerd. Hij woonde het passiespel tweemaal bij. Dat ligt wellicht aan de basis van zijn idee om ook in zijn parochie een passiespel op te voeren.

Duitse gewoonte

De passiespelen in het Duitse  Oberammergau ontstonden nadat in 1633 talrijke inwoners van Oberammergau het slachtoffer werden van de pest. De overlevenden beloofden nadien om regelmatig een passiespel op te voeren. Zij hoopten dat door deze belofte niemand meer aan de pest zou sterven. Aan de laatste opvoering in 2010 namen meer dan 2.400 inwoners uit Oberammergau deel. Dat komt ongeveer overeen met de helft van het aantal inwoners van Oberammergau. De rollen worden bijna een jaar van tevoren verdeeld en de mannelijke acteurs laten vanaf dat tijdstip hun haar en hun baard groeien. Iedere rol werd dubbel bezet en ook kinderen deden mee aan het spektakel. Meer dan 1.000 mensen passeerden op het openluchtpodium. Mensen vanuit de hele wereld waren zo steeds opnieuw te gast in dit unieke dorp. Vandaag organiseren de dorps- genoten ook elke zomer hoogstaande opera-ensceneringen in het Passietheater (Bron: Wikipedia).

Pater Bonaventura’s idee voor een Oppemse versie werd gevoed door wat hij in Wezembeek-Oppem vond. In zijn parochie bestond een gemengd koor, dat het niet alleen prachtig deed bij het opluisteren van kerkelijke plechtigheden, maar dat ook eigen concerten verzorgde. Daarnaast bestonden in de gemeente twee toneelverenigingen – in Wezembeek De Morgenster en in Oppem De Lustige Ambachtslieden. Alle twee voerden ze regelmatig en met groot succes populaire werken op. Zo veel inzet en potentieel zou zich niet mogen beperken tot lokale realisaties, vond hij. Samen zouden ze in staat moeten zijn tot optredens die tot ver uit de omtrek toehoorders zouden aantrekken, zoals het opvoeren van het passiespel.

1957 Met instemming van zijn pastoor wist pater Bonaventura enkele idealisten warm te maken voor zijn idee. Zo werd begin 1957 beslist om een openluchtpassiespel te organiseren. Een organisatiecomité werd opgericht en een detailstudie maakte duidelijk wat er allemaal gerealiseerd moest worden. In de eerste plaats moest een scenario worden opgebouwd. Er werd een beroep gedaan op E.H. Van Doninck – die al verschillende andere openluchtspelen had geschreven – om de tekst van het passiespel samen te stellen. De Antwerpse componist Ivo Mortelmans was bereid om niet alleen de achtergrondmuziek bij de verschillende taferelen te componeren, maar ook de liederen die door het koor en de solisten werden uitgevoerd. Zodra dat allemaal geschreven en gecomponeerd was, werden de nodige contacten gelegd om medewerkers te vinden en hen aan het werk te krijgen op verschillende fronten van de organisatie.

Het scenario voorzag in zes hoofdrolspelers, een veertigtal bijrollen en figuranten en een koor van een dertigtal personen. Verder zorgden 37 mensen in de gemeente voor het ontwerpen van de kostuums, de hoofddeksels, het schoeisel, de pruiken en de maquillage, terwijl vijftien mensen instonden voor het maken van het decor (met hulp van de gemeente) en de andere logistieke taken.

Jules Tegenbos nam de rol van Jezus  de Nazarener op zich. Bert Fouquaet beeldde de getormenteerde apostel Petrus uit en Frans Op de Beeck kroop in de huid van de valse Judas. Ria Vanderperren was Lydia, de volgelinge van Jezus, Roger Caluwaerts gaf gestalte aan de blinde Barabas en Hubert Floré speelde de fiere hoofdman van de paleiswacht.

Met ups en downs werden zo’n 116 personen actief betrokken in het opzet. Zij realiseerden een passiespel dat negen keer zou worden opgevoerd – vier keer in 1959 en vijf keer in 1960 – en dat duizenden toeschouwers naar de Vosberg bracht. In het archief van het passiespel Wezembeek-Oppem zit een geschreven bron van 18 augustus 1959. Daarin vraagt de secretaris van het organisatiecomité aan het gemeentebestuur om aan de Brusselse Vervoersmaatschappij te vragen om in extra bussen te voorzien op de buslijnen 27 en 30, telkens rond 23 uur op de avonden van de uitvoeringen, omwille van het talrijke publiek. In de brief wordt erop gewezen dat er 1.500 zitplaatsen per opvoering zijn.

Vosberg

Het openluchtpassiespel vond plaats op de speelplaats van de (toen nieuwe) school op de Vosberg. Op de linkerzijde van het plein werd een gemetselde constructie opgetrokken als podium. Architect Albert Van Grunderbeek had het decor getekend naar de historische gegevens die Roger Caluwaerts bijeengebracht had. De constructie bleef na de passiespelen bestaan en diende nog jarenlang als attractie voor de schoolkinderen en als toneelpodium bij  verschillende gelegenheden. Toen  de school in de jaren negentig van de vorige eeuw werd afgebroken,  verdween ook de constructie.

De première van het passiespel vond plaats op 20 augustus 1959, maar de week voordien was er al een avant- première met acteurs in kostuum. Cineast Albert Chapel filmde enkele van de taferelen. Zijn opnames, aangevuld met een selectie uit de 6 x 6-dia’s die dezelfde Albert Chapel maakte tijdens de echte opvoering een week later, zijn bewaard gebleven en wachten op een montage met modernere middelen.

Het passiespel werd twee jaar na elkaar opgevoerd, in 1959 op 20 en 30 augustus en op 5 en 6 september en in 1960 op 15, 20, 21, 27 en 28 augustus.

Tekst: Luc Viaene voor Erfgoed W.O. vzw
Uit: uitgekamd april 2020