submenu

Hans Fischbach (85) trekt graag zijn stapschoenen aan - 04/03/2020

‘Ik wandel blindelings door de streek’

In de schaduw van de hoofdstad is er meer natuurschoon te ontdekken dan je zou vermoeden. En als je het aan Hans Fischbach vraagt, is wandelen de beste manier om dat te ontdekken.

Het regent hard en het is koud op de ochtend van onze afspraak. Tijdens het interview zal het zelfs hagelen. Op de vraag of Hans Fischbach ook in dit weer zou gaan wandelen, lacht hij. ‘Natuurlijk’, klinkt het. Ook al is hij 85 jaar, er is niet zo veel waardoor hij zich laat afschrikken. Aan apps zoals Buienradar doet hij ook niet mee. ‘Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding’, zo haalt hij een bekende wandelwijsheid aan. Het typeert het optimisme en pragmatisme van de man, die na enkele omzwervingen zo’n kwarteeuw geleden definitief in Wezembeek- Oppem belandde. ‘Ik ben geboren in Zwitserland’, vertelt hij. ‘Ik heb voor  een Amerikaanse firma gewerkt in het Verenigd Koninkrijk, waar mijn eerste vrouw is overleden. Toen moest ik voor het werk naar België verhuizen, met mijn twee kinderen. Daarna heb ik in Stockholm gewerkt, en in New York. Ondertussen – toen ik hier nog woonde – heb ik Lucienne, mijn tweede vrouw, leren kennen. Ik ging veel wandelen en lopen, en ook zij wandelde graag. Daardoor  zag ik haar vaak op straat. In het begin zeiden we alleen maar goedemorgen, maar na een tijdje hebben we elkaar beter leren kennen. Toen ik weer in het buitenland woonde, is ze me af en toe komen opzoeken, en als ik naar Londen moest, maakte ik hier een tussenstop. Uiteindelijk – dat moet rond 1995 geweest zijn – ben ik bij haar ingetrokken, in haar schoenmakerij.’

Geen koers

Tijden veranderen. Het winkeltje in de Louis Marcelisstraat is al meer dan vijftien jaar dicht, en Lucienne verongelukte twee jaar geleden terwijl ze aan het fietsen was. ‘We hebben duizenden kilometers gefietst, in alle uithoeken van de wereld, en dan wordt ze hier voor de deur doodgereden’, zucht Fischbach. Met haar deelde hij de passie van buiten te zijn en tochten te maken, te voet en met de fiets. Maar ook al verloor hij zijn vaste fiets- en wandelmaatje, dat betekent niet dat hij zijn wandelschoenen aan de haak hing. ‘Ik wandel nog minstens twee keer per week. Meestal in de driehoek rond Leuven, tussen Wezembeek- Oppem, Perwijs en Aarschot. Dat zijn tochten tot twintig kilometer. Maar ik ben geen koersfietser, ik wandel voor mijn plezier. Als ik onderweg een boer tegenkom, dan stop ik om met hem te praten. Daar gaat het wandelen bij mij om. Kijken naar de natuur, en mensen ontmoeten. Ook tijdens de vakanties met mijn vrouw was dat de bedoeling. We gingen met de fiets naar Nederland, Noorwegen, Italië of zelfs Nieuw-Zeeland. Tienduizenden kilometers hebben we gefietst en gewandeld.’

Modder

‘Na het overlijden van Lucienne vond ik het niet meer verstandig om alleen te gaan wandelen. Ik was ondertussen de tachtig al voorbij. Stel dat ik in de bossen iets tegenkom, dan lig ik daar alleen. Daarom ga ik stappen met wandelclub De Sippels. Aanvankelijk organiseerden ze enkel tochten in het weekend, maar nu ook tijdens de week.’

Het zijn die midweektochten die door Fischbach georganiseerd en uitgestippeld worden. ‘In het begin ging ik vaak alleen wandelen, met de kaart op zak, om de streek te leren kennen. Ondertussen ken ik de streek als mijn broekzak. Een kaart heb ik niet meer nodig als ik hier ga wandelen. Ik wandel blindelings via tien verschillende routes naar Leuven. Ik zoek altijd naar rustige wegen waar geen auto’s rijden. Dat betekent dat ik soms door de modder moet, maar dat neem ik er graag bij.’

Mooie gordel

De wandelmicrobe heeft Fischbach al lang in zijn greep. ‘Ik ben geboren in de Zwitserse bergen. In het weekend valt daar niets te beleven, dus dan moet je wel de bergen in. Wandelen en klimmen, dat is wat je er kunt doen.’ (lacht) Is het voor iemand die geboren is in een van de mooiste landen ter wereld niet ontgoochelend om dan in België rond te lopen? ‘Nee hoor. Waarom zou het? Het is overal mooi. Overal is het anders, maar elke plek heeft haar eigen karakter. Het is pas als je ergens wandelt of fietst – als het traag gaat – dat je de schoonheid van de omgeving kunt zien.’ Ook in onze regio. ‘Het Zoniënwoud is fantastisch’, geeft Fischbach alvast als tip mee. ‘Je hebt er zo veel keuze om te wandelen. Je kunt er dagen in lopen. Maar de hele Groene Gordel rond Brussel is mooi. Er is veel meer natuur dan je zou vermoeden.’

Ongeplande ontmoetingen

‘Ik zou het iedereen aanraden om meer te wandelen, of om met de fiets op vakantie te gaan. Je komt op plaatsen waar je anders nooit zou komen, en de ongeplande ontmoetingen met mensen onderweg blijven je nog lang bij.’ Zo blijft de kilometerteller van Hans Fischbach oplopen. ‘De langste tocht die ik heb gemaakt, was de GR5, van Rotterdam naar Nice. Dat is meer dan tweeduizend kilometer. Het is meteen ook een van de mooiste wandelingen, omdat het landschap zo sterk verandert. Van de polders in Nederland door de Ardennen, via Lotharingen en de Vogezen, naar de Jura en de Alpen naar de Provence. Het uitzicht is altijd anders.’

‘Wandelen is ideaal om tot rust te komen, om na te denken. Het is ontspannend, en het is de beste manier om andere mensen te leren kennen. Op onze reizen komen we mensen van overal tegen: Nederlanders, Britten, Zweden, Duitsers … Alleen Belgen komen we bijna nooit tegen. Die zitten liever op hun koersfiets, denk ik.’ (lacht)

 

 

Tekst: Wim Troch
Foto: Tine De Wilde
Uit: uitgekamd maart 2020