submenu

De kracht van overleven - 09/12/2019

Het erfgoed van Blue Blot

Aangevuurd door wijlen Luke Walter jr. ontwikkelde Blue Blot tussen 1985 en 1996 een geheel eigen muziekstijl die niet van de radio weg te branden was. Als Yo Yo Men brengen oude en nieuwe bandleden die originele kruising tussen blues en funk opnieuw tot leven.

Blue Blot is als een kat met negen levens. Na de veel te vroege dood van zanger Luk Renneboog alias Luke Walter jr. kende de groep verschillende wedergeboortes. De ene  al succesvoller dan de andere, want makkelijk was het natuurlijk niet om  de warmste bariton uit de belpopgeschiedenis te vervangen.

Het surplus van de huidige reünie is dat niets meer hoeft. In plaats van verzadiging geeft dat energie, klinkt het unisono uit de monden van de drie bandleden die we opgetrommeld hebben. ‘Omdat we het alleen nog voor ons plezier doen, hebben we er meer zin in’, zegt Catherine Mys, een van de backing vocals die er sinds begin jaren 90 bij is. ‘Op repetities gaat het er nu veel relaxter aan toe. Als vroeger iemand een fout speelde, creëerde dat meteen druk. Nu ligt de helft van de band plat van het lachen.’

Een andere reden waarom deze Blue Blot Tribute Band, die zichzelf het pseudoniem Yo Yo Men opplakte, weleens zou kunnen aanslaan, is dat de huidige bezetting heel dicht aanleunt bij de originele Blue Blotsound. ‘Althans muzikaal’, legt bassist Jan Meyers uit. ‘Een timbre moet je sowieso niet proberen na te doen. Dat heb je of dat heb je niet. De enige Belg die de diepe stem van Luk benadert is (pianist en voormalige radiostem) Jan Hautekiet, maar hij is geen zanger.’ In de ‘nieuwe’ samenstelling nemen vooral originele bandleden de zanglijnen voor hun rekening. Die aanpak zint Meyers meer dan toen er met zangers-frontfiguren als de Amerikaan Steve Clisby en de Engelsman Tony O’Malley werd gewerkt. Dat bleken uiteindelijk vooral passanten. ‘Ik had de indruk dat zij de band gebruikten om hun eigen nummers op te nemen. Maar Blue Blot is altijd een groep geweest. Onze muziek ontstond door de wisselwerking tussen de muzikanten.’

De lead vocals zijn voor de geboren entertainer en duivel-doet-al Charly Belair, die ooit nog samen met Renneboog bij Boogie Boy speelde en in de allereerste Blue Blotsamenstelling zat. Hij schreef met Shopping for love ook al de titeltrack van het debuut uit 1987. ‘Als leadzanger wil ik bewust niet de stem van Luk imiteren. Als nummers mij niet liggen, dan zeg ik dat en zingen ‘de meisjes’ ze.’ Ook Anja Baert alias Chelsy, de andere originele achtergrondzangeres, is op post. ‘Zij lijkt wel Patti LaBelle tijdens haar fantastische versie van Let me be the one’, zegt Mys onder de indruk. ‘Zelf zing ik meer uptemponummers, maar Yo Man zingen we met zijn drieën.’

Eerbetoon aan Luk

De naam van de tributeband verwijst naar die track, in 1994 ook al het titelnummer van de comebackplaat. ‘We hebben die cd destijds – toen Luk ziek was – opgenomen in de legendarische Muscle Shoals Studio’s in Alabama’, zegt Meyers. He’s up and down / He’s a Yo Man was een nummer van Tony Joe White, maar eigenlijk ging het over Luk. Op de hoes van de plaat staat het blad van de ginkgo (de Japanse notenboom). Die boom is bekend geworden omdat hij na de atoombom op Hiroshima als enige bleef rechtstaan. Dat symboliseerde voor ons de kracht van overleven.’ Uiteindelijk zou Renneboog in 1996 op 48-jarige leeftijd de strijd tegen leukemie alsnog verliezen. De bandleden blijven de band beschouwen als een eerbetoon aan hem. ‘Naast een uitstekende zanger en muzikant is ook een goede vriend weggevallen’, zegt Belair. ’Iemand waar je nooit woorden mee had’, vult Meyers aan. ‘Hij had een geweldig gevoel voor humor en kon vooral ontzettend goed relativeren’, klinkt het bij Mys. ‘Ik denk dat dat kwam omdat hij op jonge leeftijd blind was geworden. Dat kon hij trouwens heel goed verbergen. Op de podiumvloer waren altijd heel dikke lijnen met tape aangebracht, zodat hij wist waar hij moest gaan staan. Toch heb ik vaak gedacht dat hij ging vallen als hij weer eens iets te veel voorover leunde (lacht).’

Als we Meyers en Belair vragen om hoogtepunten uit de voorbije 35 jaar te kiezen, hebben ze het steevast over de eerste jaren: de optredens in de blues club Riverside, de vele kroegentochten die toen in de mode waren, de eerste keer op Blues Peer. Maar Mys kiest resoluut voor het eerste optreden waarop Renneboog er opnieuw bij was na zijn ziekte. ‘Ik herinner me nog goed mijn ‘oef-gevoel’ toen hij op het podium stapte.’ Dat gevoel is er nu ook bij de fans. Zij zien hun geliefde blunk niet alleen een comeback maken op het podium; onlangs werden in de Ace-studio in Aartselaar ook twee nieuwe tracks opgenomen. De ballade A brave heart kregen ze cadeau van Leann, de weduwe van vriend-aan-huis Tony Joe White. Gitarist Marty Townsend kwam voor de productie speciaal uit de Verenigde Staten overgevlogen. Hij laat onder andere zijn signatuur na in het swingende Blunk tonight, dat het verhaal van Blue Blot en het ontstaan van de ‘blunk’ nog eens uit de doeken doet.

Blunk

‘We zijn begonnen met blues’, blikt Meyers terug. ‘Maar nadat onze eerste drummer Cesar Janssens opnieuw bij The Kids ging spelen en vervangen was door Michael Schack is het idee gekomen om blues en funk te vermengen.’ Dat zelfbedachte genre heeft de band steeds gecultiveerd. ‘We zijn dan ook de enige band ter wereld die die stijl speelt’, zegt Belair, die vorig jaar tijdens een comebackoptreden op de Gentse Feesten merkte hoezeer de blunk ook het jonge publiek smaakt. Ook binnen de band, die in een livebezetting elf leden telt, worden generaties overbrugd. ‘Het toffe aan Blue Blot is dat ook jonge muzikanten bij ons stappen hebben kunnen zetten: Michael Schack, Hans Francken, en nu ook de 17-jarige saxofonist Nero Vergaert’, besluit Mys. ‘Ik vind dat een bewijs van nederigheid.’ Is het na negen reeksen niet stilaan tijd voor een belpopdocumentaire over Blue Blot?

 

Tekst: Tom Peeters
Foto: Tine De Wilde
Uit: uitgekamd december 2019 - januari 2020