submenu

Een halve eeuw in België - 10/10/2019

Mairead en Liam O’Reilly tussen Ierland en België

Mairead en Liam O’Reilly komen oorspronkelijk uit Dublin, maar wonen al meer dan een halve eeuw in België. Ze hebben beiden een boeiende professionele carrière achter de rug en genieten nu van hun tuin in de Jan Baptist De Keyzerstraat. Toch blijven ze zich actief engageren in tal van verenigingen.

Aanschuiven aan het loket ‘vreemdelingen’  

‘In 1971 verhuisden we naar België omwille van mijn werk’, vertelt Liam. ‘Ierland kwam pas in 1973 bij de Europese Unie, dus toen we hier aankwamen, moesten we in de lange rij voor het loket ‘vreemdelingen’ aanschuiven.’ ‘Er kwam veel papierwerk bij kijken’, gaat Mairead verder. ‘Zoals onze visa en een werktoelating. Ook was er verwarring over onze voornamen. Officieel hebben we Engelse voornamen: William en Margaret, terwijl onze Ierse voornamen Mairead en Liam zijn. Waarschijnlijk is dat gebruik nog een gevolg van de Engelse overheersing in Ierland. Vaak moest de Ierse ambassade tussenkomen om te bevestigen dat documenten, - waarop we de ene keer met onze Engelse voornaam staan en de andere keer met onze Ierse voornaam - wel degelijk om personen van dezelfde identiteit gingen.’ 

Liam werkte vlak bij Brussel in de financiële afdeling van een Amerikaans bedrijf dat er zijn Europese hoofdkantoor had gevestigd. Hij was er verantwoordelijk voor de rapportering aan de Verenigde Staten. Concreet betekende dit dat hij de boekhoudsystemen van 36 landen, elk met hun eigen belasting- en boekhoudkundige regels, moest omzetten naar het Amerikaanse systeem. Later moest hij de oefening nog eens overdoen voor de wereldwijde implementatie van het SAP-protocol. 

Drie lange jaren  

‘Het was boeiend om met mensen van tal van nationaliteiten samen te werken. Maar onze bedoeling was om slechts drie jaar in België te blijven’, zegt Liam. 

‘Ja’, knikt Mairead. ‘We hadden nog familie in Ierland, hen achterlaten was het moeilijkste. In die tijd waren vliegtuigreizen nog behoorlijk duur. Toen mijn moeder ons in 1972 kwam opzoeken, was dat haar eerste vliegervaring.’ 

‘België beviel ons al snel uitstekend. Het is een gemakkelijk land, Belgen zijn vriendelijk en we werden vlot geaccepteerd. Bovendien zijn er tal van organisaties actief die ijveren voor de band tussen Ierland en België. Zo is er de Irish Club of Belgium en het Irish College in Leuven. België selecteert ook elk jaar een kandidate voor het Ierse festival ‘The Rose of Tralee’. Dat festival vindt zijn oorsprong in een negentiende- eeuwse Ierse ballade over een vrouw, Mary, die vanwege haar schoonheid ‘The Rose of Tralee’ werd genoemd. De kandidaten zijn jonge meisjes die als ambassadeur kunnen optreden voor het Ierse erfgoed. ‘Een van de kandidates die België ooit stuurde heette Patricia. Zij kwam uit Hasselt, maar sprak Iers met een perfect accent. Als je haar hoorde praten, ging je ervan uit dat ze in Ierland was opgegroeid. Ze had het accent van haar Ierse oma die in de oorlog verliefd werd op een Belgische soldaat en met hem naar hier verhuisde.’ 

‘Waar is uw hoed?’  

Mairead werkte destijds voor de RTBF. Een van haar mooie herinneringen is het Eurovisiesongfestival van 1987. ‘In 1987 vond het Eurovisiesongfestival in Brussel aan de Heizel plaats. Mijn taak was onder andere om de ontvangst van de Ierse delegatie in goede banen te leiden. Ik moest de journalisten informeren en de technische ploeg ondersteunen. Johnny Logan was de Ierse kandidaat. Hij won voor de tweede keer het Eurovisiesongfestival met het zelfgeschreven lied Hold me now. Daarna werd het pas echt hectisch: recepties, feestjes, events en producers die hem wilden spreken. We kregen zelfs een uitnodiging van het koningshuis. Je moet daarbij een protocol volgen met specifieke kledingvoorschriften; zo was het dragen van een hoed een vereiste. Ik had de dag voordien mijn uniform met een groepje Ieren meegegeven. Maar zij waren gaan feesten, iets wat Ieren goed kunnen. Mijn hoed was zoekgeraakt. Bij de ontvangst op het paleis stond ik dus als enige in de rij zonder hoed. Klein drama. Koning Boudewijn ging de rij af en bleef voor mij staan. Glimlachend vroeg hij: ‘Waar is uw hoed?’ Hij was duidelijk op de hoogte gebracht dat een deel van de groep de overwinning iets te uitbundig had gevierd. Toen ik echter niet direct op zijn vraag antwoordde, zei hij attent: ‘Maar u ziet er ook goed uit zonder hoed.’ 

Belgisch kampioen  

‘We woonden even in Schaarbeek, maar onze kinderen zijn in Wezembeek-Oppem opgegroeid. Daardoor kennen we zowat heel de buurt’, vertelt Mairead. ‘Naast onze professionele activiteiten engageerden we ons ook op sociaal vlak. Ik zette me bijvoorbeeld in voor de uitbouw van de ‘Brussels International Badminton Club’. 

‘Mairead is behoorlijk sportief, ze speelt ook tennis en golf’, vult Liam aan. ‘En dat laatste doet ze op hoog niveau, haar seniorendamesteam werd twee keer Belgisch kampioen. 

Mairead relativeert lachend. ‘Met de Castle Clubsenioren organiseren we ook uitstappen. Zoals een bezoek aan de wijngaard van Chenoy, waar we ons bij de groep vrijwilligers aansloten om de druiven te plukken. We hebben ook een groep vrienden waarmee we jaarlijks een weekje gaan wandelen.’ 

‘Tot voor kort maakten we in onze tuin ook de decors voor de musicalproducties van Brussels Light Opera Company’, gaat Liam verder. ‘Dat was behoorlijk veel werk. Nu hebben we wat rust ingelast. Met ouder te worden heb je gewoon minder energie. We genieten meer van de tuin. Mairead plant in de moestuin tomaten, sla, kool en kruiden. Laatst wandelde er een egel met vijf kleintjes voorbij.’ 

‘Mensen vragen soms of we eraan denken om terug te keren naar Ierland’, besluit Liam. ‘Maar als je ergens vijftig jaar weg bent, dan heb je geen echte binding meer met de mensen die je nog van vroeger kent. De verweving van ons leven met dat van anderen gebeurde in België. Ons antwoord op de vraag is dus: ‘Nee, maar het kan wel.’ Toen onze zoon voor zijn universitaire studie naar Dublin ging, leerde hij er zijn vrouw kennen en keerde hij niet meer terug, later bracht onze dochter hen een bezoek en besloot ook te blijven. Onze kleinkinderen groeien dus in Ierland op. Daarom blijft het antwoord op de vraag open.’ 

Tekst: Karla Stoefs 
Foto: Tine De Wilde 
Uit: uitgekamd oktober 2019